Hoe kunnen mensen langer doorwerken?

Langer doorwerken. Langzaam maar zeker begint iedereen te wennen aan het idee. We worden steeds ouder, en de AOW wordt anders onbetaalbaar. Jij hebt makkelijk praten achter je bureau, zeggen mensen die zwaar werk doen. Vaak hebben zij minder opzij kunnen zetten voor hun pensioen, en zijn ze afhankelijk van de AOW. De kwestie: langer doorwerken heeft meer dimensies, mogelijkheden en invalshoeken. Een overzicht.

De stijging van de AOW-leeftijd geldt voor iedereen, maar de impact is niet voor iedereen hetzelfde. Vooral lager opgeleiden en mensen met een laag inkomen valt langer doorwerken relatief zwaar, omdat ze vaak een slechtere gezondheid en arbeidsmarktpositie hebben. Ook hebben juist zij vaak een lager bedrijfspensioen of andere financiële reserves tot hun beschikking.

AOW-leeftijd minder snel omhoog?

Mensen die vlak voor hun pensioen staan, hebben minder tijd dan jongeren om zich (fysiek en financieel) in te stellen op langer doorwerken. Voor de huidige generaties ouderen kunnen tijdelijke maatregelen helpen om werk tot de AOW-leeftijd mogelijk te maken. Zo zouden een vertraging van de hogere AOW-leeftijd en extra investeren in om- en bijscholing van ouderen verlichting kunnen bieden. Dat kost de overheid €1,1 miljard in 2021, maar op langere termijn zijn de extra kosten vrijwel nihil, aldus CPB-directeur Van der Geest.

Geen one size fits all

Er is geen ‘one size fits all’ voor de beste manier om aandacht te besteden aan ieders persoonlijke werkvermogen. Elke werkgever zou zich moeten afvragen hoe de oudere werknemers langer en duurzaam kunnen doorwerken. Om van langer doorwerken een succes te maken, zijn vroegtijdige en preventieve maatregelen op verschillende niveaus nodig (bijvoorbeeld: zwaarte werk, zelfmanagement van oudere werknemer of type leiderschap). Dit vereist samenwerking tussen de werkgever en de werkende.

Ik wil niet / wel langer doorwerken

Er zitten meerdere kanten aan de discussie over langer doorwerken. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO blijkt (meerdere jaren achtereen) dat hoe ouder werknemers zijn, hoe langer ze willen doorwerken. De gemiddelde werknemer denkt het wel tot 62 jaar en 6 maanden te kunnen volhouden in zijn of haar huidige beroep. Dat is nog lang geen 68, maar bij de NEA valt op: hoe ouder de bevraagde is, hoe langer hij denkt te kunnen doorgaan. Ook in de bouw. Adviesbureau Berenschot vermoedt dat ouderen daar al minder zwaar werk doen en inschatten dat ze dat werk wel kunnen volhouden tot hun 67e. Die bevindingen staan haaks op de ervaringen van de vakbonden.

Langer doorwerken: willen en kunnen

Misschien dat werknemers, zeker als ze ouder worden, wel langer willen doorwerken. Zeker als ze het vooruitzicht van een werkloos bestaan zien opdoemen. Maar ze moeten het ook kunnen. Dan is de vraag: is er ander werk dat minder zwaar is en nog voldoende betaalt? En zo ja: moet ik me daarvoor gaan om-, her-, of bijscholen? Hierachter zitten andere vraagstukken. Wie moet het initiatief nemen voor die persoonlijke ontwikkeling? Werkgever, werknemer, overheid of alle drie? En wanneer moet dat? Wat te doen met de aarzeling, tot soms weerzin vooral bij mensen met een lagere of middelbare opleiding tegen weer of nog ‘iets nieuws gaan leren’? Kunnen andere instrumenten, zoals demotie helpen bij de inzetbaarheid?

Generatiepacten

Mensen met zware beroepen moeten eerder kunnen stoppen met werken, vinden FNV en CNV. Een fatsoenlijke oudedag is de reden waarom de FNV het generatiepact hoog op de agenda heeft gezet bij de cao onderhandelingen. In een generatiepact staan afspraken waardoor oudere werknemers minder kunnen werken, maar hun pensioenopbouw wel doorloopt en meer jongeren de kans krijgen om in de sector te werken. De FNV is met een 11-puntenplan gekomen om dat mogelijk te maken. In het plan stelt de vakbond voor om per extra levensjaar een half jaar later met pensioen te gaan. Daarnaast moet de AOW-uitkering vier jaar eerder of later kunnen ingaan dan de richtleeftijd. Bij een AOW-leeftijd van 67 betekent dit AOW vanaf 63 of uitstel tot 71 jaar.

Fysiek zwaar moet omscholen

De vakbonden lijken zich vooral te richten op mensen met lager betaald werk, vaak fysiek zware arbeid, waar ze wel langer mee door moeten gaan omdat ze niet veel meer hebben dan AOW als ze met pensioen mogen. Gezondheidseconoom Ravesteijn onderzocht dit in 2016. Mensen met zware beroepen kunnen zich volgens hem na hun vijftigste beter laten omscholen. Anders lopen ze kans dat ze niet meer door kunnen werken, door de schade die ontstaat in hun fysiek zware beroep. Struikelblok bij de stelling ‘zware beroepen eerder met pensioen’ blijkt de afbakening van een zwaar beroep.

Waardering helpt bij langer doorwerken

Belangrijk bij de beslissing over langer doorwerken of eerder stoppen is niet alleen of je langer moet of kunt doorgaan. Er blijkt nog een factor van grote invloed op die beslissing: de waardering die je krijgt van je werkgever en zekerheid die de samenleving je wil bieden. Hierop wees promotieonderzoek van Bert Breij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Het zijn juist de gezonde oudere werknemers die eerder stoppen met werken. Dat komt vooral door een gebrek aan waardering. Van hun werkgever, die steeds weer wat anders wil, en vanuit de samenleving die hun vakkennis steeds minder lijkt te waarderen en de AOW-leeftijd zonder probleem verhoogt. Ook in het onderwijs en bij de overheid haakt een ‘cohort’ aan oudere werknemers met een perspectiefrijk en veelzijdig arbeidsleven vrijwillig eerder af.

Langer willen, moeten, kunnen doorwerken

Zo blijkt het antwoord op de vraag: langer doorwerken vooral een afweging tussen willen, moeten en kunnen. Wie geen keus heeft, of vindt dat hij die niet heeft, moet eerst alternatieven ontwikkelen zodat hij of zij zelfstandiger kan kiezen. Dat kan met allerlei financiële maatregelen zoals flexpensioen of deeltijdpensioen, eventueel aangevuld met generatiepacten, en met een baaierd aan ontwikkelmogelijkheden, maar het antwoord hangt minstens net zo sterk samen met de waardering die je krijgt voor je beroep en je functioneren. Van je werkgever, de collega’s en van de samenleving. En van je eigen toekomstwensen, maar ook van de toekomstverwachtingen in je werkende bestaan. Wil je je (steeds vaker) om-, her-, of bijscholen of je op andere manieren blijven ontwikkelen om bij te blijven? Wie een zwaar beroep heeft, of dat beroep als zwaar ervaart, zal wel moeten als hij of zij meer jaren werkend wil doorbrengen. Hulp van buiten (werkgever, overheid) is daarbij onmisbaar. Al was het maar bij het ontwarren van die erg persoonlijke Gordiaanse knoop die ‘ga ik langer doorwerken’ heet…

Bron