We zijn best goed bezig met duurzame inzetbaarheid!

21 september 2018

Nederlandse werknemers scoren goed op duurzame inzetbaarheid. We willen graag langer doorwerken, en we denken dat ook te kunnen. Hiervoor doen we relatief veel aan scholing, onze werk-privébalans is vrij goed en ons werk is meestal niet erg fysiek belastend. Natuurlijk blijven er nog verbeterpunten over, en zijn goede voorbeelden uit andere landen mogelijk interessant. Dat concludeert TNO in het onderzoek ‘Duurzame inzetbaarheid in Nederland’. Een korte impressie van de bevindingen.

Nederlanders werken aanmerkelijk langer door sinds in 2006 de fiscale faciliteiten om te stoppen met werken vóór het 65ste levensjaar zijn afgeschaft. Een gemiddelde Nederlandse werknemer werkte in 2016 door tot 64,4 jaar. Maar veel later dan die leeftijd met pensioen gaan zien de meesten van ons niet zitten.

Verschillen jong-oud, lager-hoger opgeleid

Oudere werknemers die langer doorwerken komen vaker dan gemiddeld in uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid. Werkgevers treffen in 2016 vaker ook zelf maatregelen om langer doorwerken mogelijk te maken. Wie jonger is dan 45 jaar is duidelijk optimistischer over de kansen om ander werk te vinden dan oudere werknemers. Hetzelfde geldt voor middelbaar en hoog opgeleide werknemers vergeleken met laag opgeleide werknemers. Oudere en laag opgeleide werknemers doen ook minder aan scholing, ze oriënteren zich minder op andere werkgevers en ze zijn doorgaans minder gezond dan jongeren en hoger opgeleiden.

Langer moeten doorwerken

Ook lager opgeleiden willen wel langer doorwerken. Maar ze denken vaak dat ze dat niet kunnen, omdat ze weinig invloed hebben op hun manier van werken en omdat hun werk fysiek vrij belastend is. Toch gaan ook lager opgeleiden steeds vaker wat later met pensioen. Dat zou deels kunnen komen omdat ze minder geld hebben om eerder te stoppen met werken, concluderen de onderzoekers.

Pensioenleeftijden dichter bij elkaar

Maar de gemiddelde pensioenleeftijd daalt wel onder laag opgeleiden. Bij hoger opgeleiden steeg die leeftijd nog licht in 2016. Al jarenlang gaan hoger opgeleiden eerder met pensioen. Dus komen de pensioenleeftijden dichter bij elkaar, concluderen de onderzoekers. Je zou ook kunnen zeggen: het opleidingsniveau heeft minder invloed op de pensioenleeftijd.

Flexwerkers: opleiding is erg belangrijk

Flexwerkers vinden leren net zo belangrijk als werknemers met een vast contract, hoewel ze lang niet zoveel doen aan scholing. Toch is opleiden voor flexwerkers nog belangrijker dan voor vaste krachten omdat hun vaardigheden vaak niet goed aansluiten, vinden de werkgevers. Volgens de onderzoekers laten bedrijven met een grote flexibele schil hier kansen liggen om zelf meer te doen aan scholing voor ‘hun’ flexwerkers. Soortgelijke bevindingen kwamen naar voren uit het Nationaal Onderzoek Duurzame Inzetbaarheid van 2018.

Gezondheid grootste belemmering bij langer doorwerken

Mensen die tijdens hun werk veel last hebben van hun gezondheid, scoren ongunstig op elf van de dertien indicatoren die TNO hanteert voor duurzame inzetbaarheid. Wie een matige tot slechte gezondheid heeft, vindt leer- en ontwikkelmogelijkheden minder belangrijk. Dat blijkt ook uit de waardering van werkgevers voor de mate waarin de medewerkers zijn toegerust voor hun werk. Mensen met gezondheidsproblemen scoren daarop lager.

Weinig animo om te leren

Werkgevers zijn relatief ontevreden over de zin die veel medewerkers hebben in iets nieuws of iets anders leren. Toch zijn up-to-date kennis en vaardigheden noodzakelijk omdat de werkomgeving steeds meer verandert door innovaties in de productie en dienstverlening, merken de onderzoekers op.

Grote verschillen in sectoren bij duurzame inzetbaarheid

Het langste doorwerken doen werknemers in de landbouwsector. In het vervoer, opslag en communicatie is de gemiddelde leeftijd waarop mensen met pensioen gaan het sterkst gestegen: met 5 jaar sinds 2006. Ook de medewerkers van energie- en waterleidingbedrijven willen er nog wel 5 jaar aan vast knopen als ze dat kunnen. De gezondheids- en welzijnszorgsector heeft veel last van fysieke en psychosociale werkdruk, en acht zich dan ook het minst in staat om langer door te werken. De onderzoekers zien hierin een speerpunt als het gaat om verbeteren van duurzame inzetbaarheid in deze sector. Vrij veel werknemers in deze sector werken daar ook al aan met scholing. Toch vragen de onderzoekers zich af of dit zal leiden tot langer doorwerken en duurzame inzetbaarheid in de sector zelf of daarbuiten.

Regionale verschillen vrij klein

Regionaal zijn de verschillen klein, als het gaat om duurzaam inzetbaar zijn. In Zuid-Limburg zijn organisaties en hun werknemers nog het minst bezig met dit thema. Werkgevers vinden het wel belangrijk, maar ze doen er concreet nog niet veel aan. Aan innovaties in het werk hebben de onderzoekers het niet kunnen merken.

Wat gaat goed, en wat kan nog beter?

De onderzoekers concluderen dat Nederland het erg goed doet op duurzame inzetbaarheid, vergeleken met de overige 27 EU-lidstaten. Nederlandse werknemers willen lang doorwerken en denken dat ook te kunnen. Ze doen relatief veel aan scholing, de werk-privébalans is relatief goed en de fysieke belasting is beperkt. Op externe mobiliteit, toerusting voor het huidige takenpakket, en sociale steun en regelmogelijkheden scoren Nederlandse werknemers gemiddeld. Scandinavische landen (met name Zweden en Denemarken) zijn bij duurzame inzetbaarheid de goede voorbeeldlanden. Het zou interessant zijn om na te gaan welke lessen daar voor Nederland nog te leren zijn, concluderen de onderzoekers van TNO. In hun uitgebreide rapport is over veel meer te lezen over de inzetbaarheid van elke groep en elk onderwerp genoemd in dit artikel.