Wel willen, maar niet kunnen stoppen met werken?

22 november 2018

We willen het wel, maar we kunnen het niet. De meeste werkende Nederlanders willen graag stoppen met werken voordat ze AOW krijgen. Maar ze denken niet dat ze er het geld voor hebben. Dat concludeert het overheidsplatform Wijzer in Geldzaken in haar Pensioenmonitor 2018. Is langer doorwerken inderdaad een moetje voor velen, of kunnen we (ook) qua werken en geld meer dan we zelf denken?

Bijna driekwart (72%) van de duizend ondervraagden wil niet wachten op de AOW-leeftijd voordat ze stoppen met werken. Maar 57 procent van hen verwacht niet dat ze er genoeg geld voor zullen hebben. Wel wil een ruime meerderheid in de jaren voor de AOW-leeftijd minder gaan werken. Om dit mogelijk te maken, denken ze vooral aan sparen en extra aflossen op de hypotheek. Toch heeft de helft van de mensen die eerder willen stoppen hiervoor nog geen financiële maatregelen getroffen. Eén op de vijf mensen wil juist langer doorwerken dan de AOW-leeftijd.

We doen wel iets

Toch heeft ruim driekwart (76%) van alle werkende Nederlanders minstens één maatregel getroffen om na pensionering te kunnen blijven leven zoals nu. Meestal gaat het om sparen via een spaarrekening of deposito, of vermogen opbouwen via de eigen woning/aflossen van de hypotheek. Ook willen mensen hun uitgaven beperken tegen de tijd dat zij met pensioen gaan.

Zo lang mogelijk fit blijven

Veel mensen schatten de leeftijd waarop ze AOW krijgen nog steeds te laag in, blijkt ook uit het onderzoek. Toch zeggen nu wat meer mensen dan twee jaar geleden dat ze weten hoe de pensioenen in Nederland zijn geregeld. Om langer door te kunnen blijven werken tot de verhoogde AOW-leeftijd vinden werkenden ‘zo lang mogelijk fit blijven’ het belangrijkste dat ze zelf kunnen doen. Dat wil 84 procent doen met een gezondere leefstijl. Maar ook werkgerelateerde maatregelen zoals bijscholen en minder uren werken zijn belangrijk. Een ander vak, functie of werkgever zoeken vinden de meesten geen oplossing om langer door te kunnen werken.

Ondernemer weet het beter

Veel ondernemers willen langer doorwerken dan mensen in loondienst. Mensen met een eigen bedrijf(je) zeggen vaker te weten hoe pensioenen geregeld zijn, ze kennen de mogelijkheden om meer pensioen op te bouwen en ze weten goed hoe veel inkomen zij na hun pensioen nodig hebben. Ondernemers hebben naar eigen zeggen vaker nagedacht over hun inkomsten en uitgaven na hun pensionering. Ook maken ze relatief vaak gebruik van een financieel adviseur als informatiebron over hun pensioen.

5 Tips om toch langer door te kunnen werken

Ook dit jaar lijken oudere werknemers (nog) niet veel zin te hebben in om-, her- of bijscholing om langer door te kunnen werken. Eerder met pensioen, desnoods door werken in deeltijd lijkt de meest favoriete (of minst slechte) oplossing waar de oudere werknemers zelf aan denken om hun pensioen te halen. Welke andere mogelijkheden zijn er om werkend toch je AOW te halen?

1) Een gezondere leefstijl, en meer werkplezier.

Gezondheid en werkplezier zijn volgens werknemers de sleutels voor langere inzetbaarheid. Maar de concrete acties zijn meestal alleen gericht op fysiek fit blijven. Zoeken naar ander, passender werk op latere leeftijd doen veel mensen niet uit zichzelf, of ze beginnen er veel te laat mee. En als er scholing bij nodig is haken nog meer mensen af. Toch kan ander werk de kans op langer doorwerken groter maken. En met meer werkplezier, omdat een andere functie vaak beter past bij de veranderende wensen en voorkeuren van mensen die ouder worden. Begin op tijd met de oriëntatie.

2) Ga met deeltijdpensioen.

De ingangsdatum van het bedrijfspensioen enkele jaren vervroegen kan vaker dan menige werknemer beseft. Het bedrijfs(tak)pensioen wordt dan ‘uitgesmeerd’ over meer jaren. Gevolg is dat de jaarlijkse pensioenuitkering lager is. Toch is het deeltijdpensioen steeds meer in trek, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Financieele Dagblad bij de grotere pensioenfondsen. Vooral de flexibele pensioenregelingen zijn in trek, waarbij werknemers gedeeltelijk met pensioen gaan of een pensioenuitkering krijgen die lager wordt als ze recht krijgen op AOW. Het geeft meer mogelijkheden om langer door te werken, want werknemers met deeltijdpensioen kunnen makkelijker in deeltijd werken, in een lager betaalde functie, of demotie accepteren.

3) Overweeg demotie.

Ongeveer de helft van de Nederlandse bedrijven heeft demotie als instrument in de HR-gereedschapskist zitten. Inleveren van verantwoordelijkheid ten koste van salaris bleek twee jaar geleden al een manier om voor werknemers een functie te vinden die beter past bij hun levensfase of individuele behoefte. “Uit ons onderzoek blijkt dat het meer geaccepteerd raakt dat werkgever en werknemer de dialoog aangaan over demotie,” aldus directeur Beloningsonderzoek bij Hay Group Anne Branger. Maar als demotie ook minder salaris betekent, haakt driekwart van de geïnteresserden af, bleek uit de Pensioen3daagse van vorig jaar. Een demotie met financiële gevolgen moet erg zorgvuldig worden aangepakt, zo blijkt uit dit veelgelezen artikelop onze website. Deeltijdpensioen (tip 2) kan erbij helpen.

4) (Toch en op tijd) In gesprek gaan met de werkgever over ander werk, of minder uren werken.

Uit het onderzoek van Wijzer in Geldzaken van vorig jaar bleek dat driekwart van de werknemers (77%) verwacht dat de werkgever het mogelijk maakt om door te werken tot de pensioenleeftijd. Een klein deel van de oudere werknemers praat er zelf over met zijn werkgever. Meestal komt dat gesprek te laat, in de laatste jaren voor het pensioen. Werkgevers hebben dan niet veel zin meer om te investeren in deze m/v. Vooral bij werknemers die hun werk als fysiek belastend ervaren moet de werkgever het gesprek aanzwengelen. De werknemers vinden het belangrijk dat de werkgever aangepast werk biedt, en de mogelijkheid om minder uren te werken. Werkgevers denken dan vaak een andere functie, minder belastend werk, of de inzet van hulpmiddelen.

5) Scholing, scholing, scholing.

Het is nog steeds geen populaire maatregel bij oudere werknemers, maar langzaam groeit het besef dat er niet aan valt te ontkomen. Vooral door de ontwikkelingen bij digitalisering, automation en robotisering moet iedere werkende zich steeds vaker laten scholen om ‘bij’ te blijven in zijn of haar vak. Laat staan inzetbaar. Wij bevelen dakpansgewijs ontwikkelen aan, uitbreiden van de kennis en vaardigheden met taken uit aanpalende functies. Zoals de trambestuurder die kaartjes gaat controleren, of een bus gaat besturen. Zo ontstaat bredere inzetbaarheid, los van een specifieke functie of taak. Werkgevers zoeken steeds minder vaak mensen die specifieke kennis hebben van een onderwerp of vakgebied. Ze zoeken mensen die zich die kennis snel, en goed eigen kunnen maken. Omdat ze de systematiek erachter snappen. Wie blijft doen wat hij al goed kan, wordt daar niet sterker van.